Naar de inhoud

Toen de klokken achteruit liepen

Leesboek
Leesboek9–12 jaarMagisch

Toen de klokken achteruit liepen

Tovenares Mira wilde het dorp meer tijd geven voor het zomerfeest. Nu loopt elke klok achteruit, en alleen Nour merkt het.

De eerste 2 boeken lees je gratis, zonder account.

Gemaakt met AI, nagelezen door mensen

  • 12 bladzijden
  • Voorgelezen door Ruth
  • Getekend in anime
  • Nederlands

Voor ouders

Over dit boek

Leeftijd
9–12 jaar
Lengte
12 bladzijden
Voorgelezen door
Ruth
Tekenstijl
anime
Taal
Nederlands

Zelf lezen of laten voorlezen, met woorden die meelichten terwijl ze klinken.

In dit boek

  • NourKlimmer, 9 jaar
  • MiraTovenares

Kijk alvast binnen

Zo begint het verhaal.

  1. Nour zit hoog op de smalle rand van de kerktoren met haar benen boven het dorp, terwijl de schaduw van de koperen windhaan over het plein naar de groene bakkerijdeur schuift.

    Bladzijde 1

    "Nog één nacht slapen," zei Nour tegen de koperen windhaan, "en dan komt oma." Ze zat op de smalle rand van de kerktoren, helemaal bovenin, met haar benen boven het dorp. Onder haar liep een rij witte handjes over de grijze stenen naar beneden. Voor elke greep had ze haar vingers in het zakje krijt aan haar riem gedoopt.

    Ver weg, achter de rode daken, trok het spoor een potloodstreep door de weilanden. Een heel jaar had Nour haar oma niet gezien. Morgen, op zondag, zou oma daar uit de trein stappen.

    De windhaan zei niets terug, maar zijn schaduw schoof langzaam over het plein. Elke dag om twaalf uur lag die precies over de groene deur van de bakkerij. Nour wist dat, want ze zat hier elke middag van de zomer. Nu lag de punt nog drie keien ervandaan.

    Bijna twaalf uur dus. Om twaalf uur kwam de bakker met zijn feesttaart, en dat wilde Nour niet missen. Ze draaide zich om en zette haar voet op de eerste steen naar beneden.

  2. Bladzijde 2

    "Kijk nou toch," mopperde Mira, toen Nour op de keien sprong. "De hele toren zit vol witte krijthandjes. Wie mag dat straks weer weghalen?" Mira was de tovenares van het dorp, en haar scheve paarse punthoed wiebelde bij elk woord.

    Bong! De torenklok sloeg twaalf. Over het plein kwam de bakker aan, met een aardbeientaart zo hoog als een kinderstoel in zijn armen. Vlak bij de bakkerij bleef zijn schoen haken achter een losse kei. Hij wankelde, hij zwaaide, en pats: de taart lag ondersteboven op de stenen.

    Op het houten podium, onder de gele, rode en blauwe vlaggetjes, spreidde de burgemeester zijn armen. "Beste mensen, wat een prachtige dag!"

    "Zo'n dag zou je twee keer willen hebben," fluisterde Mira. Ze trok het toverstokje achter haar oor vandaan en gaf er een tikje mee. Nour zag een wolkje paarse sterretjes naar de toren zweven. Het wolkje kroop de witte klok in, precies tussen de wijzers.

Dit boek is met AI geschreven, getekend en ingesproken, en daarna door mensen nagelezen.